English Expositie in Auschwitz Vervolging

Chronologie

Langzaam maar zeker

Nederland kreeg na de capitulatie in mei 1940 geen militair bestuur maar een Duits burgerbestuur zoals in Noorwegen. Hitler benoemde een Reichskommissar, Seyss-Inquart, die alle bevoegdheden kreeg die volgens de grondwet aan staatshoofd, ministerraad en parlement toekwamen. Het parlement werd ontbonden. Op de verschillende departementen mochten de hoogste ambtenaren, de secretarissen-generaal, op hun post blijven. Maar boven de secretarissen-generaal stelden de Duitse autoriteiten Duitse functionarissen (Generalkommissäre) aan. Zij konden wetten, maatregelen en verordeningen uitvaardigen zonder dat de Nederlandse autoriteiten daarop een beslissende invloed konden uitoefenen.
De maatregelen die al vrij snel werden getroffen om de Joodse bevolking te isoleren werden stapsgewijs ingevoerd om openlijke protesten of onrust te voorkomen.


Duits onderdrukkingsapparaat

De Duitse autoriteiten hadden weinig vertrouwen in Anton Mussert, de leider van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Hijzelf zag zich als de leider van het Nederlandse volk, maar de Nederlanders én de Rijkscommissaris zagen dat anders. De NSB zou een marginale rol spelen in politiek Nederland.
Tegelijk met het ondergeschikt maken van de Nederlandse overheid aan Duits bestuur, werd ook een Duits onderdrukkingsapparaat ingevoerd, de Veiligheidspolitie (Sicherheitspolizei, SiPo) en de Veiligheidsdienst (Sicherheitsdienst, SD). Aan het hoofd daarvan stond Wilhelm Harster.

Afbeelding 5Afbeelding 3Afbeelding 1Afbeelding 2Afbeelding 4
  1. De leider van de Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland, ir. Anton Mussert, geflankeerd door Rijkscommissaris A. Seyss-Inquart (rechts) en H. A. Rauter Generalkommissar für das Sicherheitswesen und der SS und SD, Den Haag, oktober 1941
    Fotograaf onbekend, collectie NIOD, Amsterdam
  2. Seyss-Inquart bij zijn installatie als Rijkscommissaris in de Haagse Ridderzaal op het Binnenhof, Den Haag, 29 mei 1940
    Fotograaf onbekend, collectie NIOD, Amsterdam
  3. Installatie van het Duitse burgerlijke gezag in aanwezigheid van het college van secretarissen-generaal, dat het hoogste Nederlandse bestuursorgaan was geworden nadat het kabinet De Geer in de meidagen besloten had naar Londen te vertrekken om van daaruit in ballingschap het landsbestuur voort te zetten, 29 mei 1940
    Fotograaf onbekend, collectie NIOD, Amsterdam
  4. Manifest aan het Nederlandse volk, uitgegeven door de Nederlandsche Unie, 1940
    In juli 1940 werd een nieuwe partij, De Nederlandsche Unie, opgericht door een driemanschap van vooraanstaande Nederlanders, politiecommissaris van Rotterdam L. Einthoven, commissaris van de koningin in Groningen J. Linthorst Homan en regeringscommissaris voor de organisatie van de arbeid J. E. de Quay. De partij streefde naar een ‘nieuwe Nederlandsche saamhorigheid’, was uitgesproken tegen de Nederlandse Nationaal-Socialistische Beweging en wilde werken ‘in contact met de Nederlandse- en bezettingsautoriteiten’.
    Ongeveer 800.000 mensen werden lid van De Unie, die in december 1941 werd verboden.
    Collectie NIOD, Amsterdam
  5. Schema bestuursstruktuur in bezet Nederland
    Collectie NIOD, Amsterdam
Woordenlijst
plattegrond
introductie
joden in nederland
vluchtelingen
duitse inval
vervolging
verzet
onderduiken
sinti en roma
deportatie
nederlanders in auschwitz
onderwijsmateriaal
educatief materiaal
gastenboek
citaten
eerste anti-joodse maatregelen
protesten tegen de jodenvervolging
isoleren van joden
joodse werkkampen
jodenster
de joodsche raad
chronologie:
pers en propaganda
burgerbestuur

chronologie:
onlusten in amsterdam
registratie, roof en opsporing
propaganda en verzet

chronologie:
roof
tewerkstelling